Een energieveiling wordt georganiseerd om met zoveel mogelijk (potentiële) klanten, een zo scherp mogelijke prijs te bedingen. Organisaties die energieveilingen organiseren zijn onder andere: Consumentenbond, Vereniging Eigen Huis, ANWB, Sloop de Crisis en de Telegraaf. Zij verzamelen een groot aantal klanten/leden die geïnteresseerd zijn in een gunstig aanbod en potentieel willen overstappen.

Energieleveranciers kunnen biedingen tegen elkaar uitbrengen. De energieleverancier die het scherpste bod uitbrengt, en dus de hoogste korting voor de ingeschreven klanten, wint de energieveiling. Het aanbod van de winnaar wordt aan de inschrijvers mede gedeeld. Zij hebben de mogelijkheid om wel of niet op het aanbod in te gaan. De winnende energieleverancier betaalt de veilingpartij (Consumentenbond, Vereniging Eigen Huis, et cetera) een vergoeding van 70 tot 100 euro per klant. Elke veiling levert enkele miljoenen op voor de veilende partij.

Tot zover helemaal duidelijk. De klant krijgt een scherp tarief en de consumentenorganisaties hebben een extra inkomstenbron. Toch zijn er veel haken en ogen.

De logica en verdienmodel

Energie is geen sexy product. Het interesseert de meeste mensen weinig waar hun energie vandaan komt, als het maar geleverd wordt. Er is dus een lage switchbereidheid van mensen. Energieleveranciers vinden het lastig om zich te onderscheiden. Met een goede klantenservice, groene stroom en lage tarieven ben je er niet. Dat zegt namelijk elke energieleverancier. Het enige middel dat er over blijft is een lage prijs. Er wordt dus flink geconcurreerd op de prijs om klanten over de streep te trekken.

Bij energieveilingen werkt dit hetzelfde. Energieleveranciers bieden flinke kortingen om in een keer een grote groep klanten binnen te halen. De investering voor het winnen van een veiling kost miljoenen. De winnende energieleverancier moet de klant een korting geven (prijzen liggen vaak onder de inkoopprijs) en daarnaast moeten ze de veilende partij afrekenen.

Energieleveranciers kunnen dus alleen maar verdienen op deze klanten als ze langer dan één jaar blijven. In het tweede jaar gaan de klanten over op hogere tarieven. De tarieven in het tweede jaar zijn tussen de € 150,- en € 400,- duurder. Hier wordt het geld verdiend door de energieleveranciers. Vereniging de Vastlastenbond pleit voor open kaart spelen, zodat de consument eerlijk energie kan vergelijken.

Waar wringt de schoen?  

Willen veilende partijen (Consumentenbond, Vereniging Eigen Huis, etc.) veilingen blijven organiseren mét scherpe aanbiedingen dan moeten ze de energieleveranciers tegemoet komen.

Als alle veilingklanten elk jaar overstappen, doen energieleveranciers niet meer mee. Wanneer de energieleveranciers te hard tegen elkaar opbieden, legt de winnende partij teveel toe op de klanten. Bij een volgende veiling zullen zij waarschijnlijk niet meer mee doen.

De gevolgen: Bodemprijs / streefgetal én klanten niet meer benaderen

Veilingpartijen werken met een zogenaamd streefgetal ofwel een bodemprijs. Dit is een vooraf bepaalde prijs. Leveranciers kunnen tegen elkaar bieden. Het laagste bod wint de veiling. Wanneer het streefgetal of de bodemprijs is behaald kunnen andere energieleveranciers geen lager bod indienen. Is er een leverancier die een bod doet, waardoor de klant uiteindelijk 50 euro extra kan besparen, dan wordt dit bod als ongeldig gekwalificeerd. Om deze reden hebben veilingen niet de laagste prijzen, al hebben veel consumenten wel dat idee.

De winnende partij weet exact wat zij maximaal moeten investeren. Daarbij hebben winnende partijen vaak de hoogste verlengtarieven. Op die manier kunnen ze de investering eenvoudig terug verdienen. Voor energieleveranciers die hun bestaande klanten scherpe tarieven willen bieden, kan een veiling niet uit.

‘Belangenbehartigers’ als de Consumentenbond en Vereniging Eigen Huis maken de afspraak met energieleveranciers dat ze klanten die ingaan op het veilingaanbod niet meer benaderen. Op deze manier is de kans groter dat klanten ongemerkt overgaan de dure verlengtarieven.

De bodemprijs is er gekomen, volgens de veilingpartijen, na aandringen van energieleveranciers. In beginsel toen de bodemprijs er nog niet was boden energieleveranciers zulke lage prijzen dat ze verlies maakte op de energieveilingen. Deze partijen klaagde bij de veilingpartijen dat het zo niet langer kon. Ze dreigde vervolgens om niet meer deel te nemen aan energieveilingen. Daarop werd besloten vóóraf een streefgetal of bodemprijs te bepalen.

Verboden prijsafspraken?

De ACM (toezichthouder energiemarkt) heeft bij verschillende veilingpartijen een inval gedaan. De ACM vermoed dat er verboden prijsafspraken zijn gemaakt en consumenten worden misleid. Als dat het geval is kunnen de veilingpartijen rekenen op forse boetes.